Belasting op vermogen in Nederland en België

Inzicht in wat er komt kijken bij kopen, verkopen en wonen in Portugal

Enkele jaren gelden schreef ik het artikel ‘Vergelijking vermogensbelasting Nederland-België’ waarin ik heel overzichtelijk uiteen kon zetten dat bij een rendement van 4,8 procent en lager, je minder belasting in België betaalde dan op dat moment in Nederland.

Sindsdien hebben beide regeringen niet stilgezeten.

Nederland

Waar het systeem in Nederland tot voor kort bestond uit één fictief rendementspercentage (vier procent) zijn er inmiddels schijven ingevoerd en wordt het rekenrendement uitgebreid naar een gedeelte sparen en een gedeelte beleggen. Of uw vermogen daadwerkelijk zo wordt gespreid en wordt geïnvesteerd is niet relevant. Het is slechts een rekenkundige oefening.

Grondslag vermogen 1,63% 5,39% Gemiddeld rendement 30% belasting
tot € 75.000 67% 33% 2,87% 0,86%
€ 75.001 - € 975.000 21% 79% 4,60% 1,38%
> € 975.001 0% 100% 5,39% 1,62%

img

Aan de hand van een voorbeeld wordt dit als volgt. Stel je bent een alleenstaande met een vermogen van 125.000 euro. Dat betekent dat de grondslag voor de heffing 125.000 minus 25.000 euro (heffingsvrij vermogen 2017) is 100.000 euro wordt. Hiervan is 75.000 euro belast in de eerste schijf en 25.000 euro in de tweede schijf. De totaal te betalen belasting bedraagt dan 994 euro.

In Nederland maakt het voor de fiscus niet uit of het geld op een spaarrekening staat of dat het de overwaarde van een vakantiewoning in Nederland of een andere belegging betreft.

België

In België ligt dit anders. Daar wordt per categorie een ander systeem toegepast. Zo worden onroerende inkomsten (inkomsten uit onroerend vermogen) anders belast dan roerende inkomsten (zoals rente en dividend).

Lang is de belasting op deze roerende inkomsten laag geweest (vijftien procent) maar de laatste jaren is dit percentage gestaag verhoogd van vijftien naar inmiddels voor 2018 dertig procent. Uitzondering blijft nog de gereglementeerde spaarrekening waar het tarief vooralsnog vijftien procent blijft en waarvan de eerste 1.880 euro in 2017 (maar 940 euro in 2018) is vrijgesteld van deze heffing.

Relevant voor belaste inkomsten in België blijft of er daadwerkelijk inkomen wordt genoten uit dit vermogen. Wordt het volledige vermogen geïnvesteerd in beleggingsfondsen die geen dividend uitkeren dan was er lang ook geen sprake van enige heffing. Waardevermeerdering kon onbelast worden genoten. Daarom is ook in deze situatie de belastingdruk in België nog altijd flink lager dan in Nederland (0 procent versus 1,35 procent).

Nu zijn daar inmiddels door de regering nieuwe heffingen aan toegevoegd.

Beurstaks

De taks op beursverrichtingen, ook wel beurstaks genoemd. De tarieven bedragen 0,9, 0,27 of 1,32 procent per transactie. Bij het aanhouden van een vermogen bij een Belgische instelling wordt bij het doen van transacties op de beurs deze heffing reeds inhouden en afgedragen door de bank.

Vanaf 2017 is deze taks ook ingevoerd op belastingplichtigen die hun vermogen elders (lees buiten België) aanhouden. Deze rekeninghouders moeten dan wel zelf deze aangifte doen, binnen twee maanden na het doen van de transactie, en de te betalen taks voldoen. Er gelden wel uitzonderingen voor bepaalde transacties.

Belasting op meerwaarde

Indien het vermogen (mede) is belegd in een obligatie en deze obligatie keert een coupon uit, dan is deze coupon gewoon belast met de roerende heffing. Was het vermogen niet rechtstreeks in een obligatie maar in een obligatiefonds geïnvesteerd, dan ontsnapte de belastingplichtige aan de heffing. Daarom is er sinds een paar jaar een belasting op meerwaarde bij (gemengde) fondsen ingevoerd. Het gaat dan om gemengde fondsen die voor minimaal vijfentwintig procent in “schuldvorderingen” (obligatie of obligatiefondsen) beleggen. Op de gerealiseerde meerwaarde (verschil tussen aan- en verkoop) van het deel van het fonds dat is geïnvesteerd in cash of obligaties bedraagt de roerende heffing dan vijfentwintig procent (of dertig procent in 2018).

Taks op effectenrekeningen

Tijdens het zomerakkoord van 2017 is de regering overeengekomen in 2018 de taks op effectenrekeningen in te voeren. Het betreft hier een taks van 0,15 procent op effectenrekeningen met een saldo van meer dan 500.000 euro.

Deze maatregelen maken het verschil in belastingdruk op vermogen tussen Nederland en België steeds kleiner. De vraag is wanneer er in België zal worden overgestapt naar een vermogensbelasting. Dat lijkt op dit moment de meest logische vervolgstap.

In dit artikel heb ik geprobeerd de hoofdlijnen van de belasting op vermogen tussen beide landen uiteen te zetten. De verdere details en uitzonderingen heb ik buiten beschouwing gelaten.


Dit artikel is geschreven door drs J.A.C.J.M. (Jeannette) Scheepers-van Hal FFP, Emigratiecoach en Federatie Financieel Planner, verbonden aan Scheepers Consultancy bvba


Neem contact met mij op


Delen

Zie ook