Weinig belastingen roepen zoveel frustratie op als de erfbelasting. Dat is niet vreemd. Deze heffing raakt aan iets fundamenteels: de wens om voor je gezin te zorgen en iets na te laten aan de volgende generatie, schrijft Stefan Tax, lobbyist familiebedrijven en partner bij Meines Holla & Partners, in een ingezonden opinie.
Wie een leven lang werkt, spaart en risico neemt, doet dat niet voor de fiscus, maar voor zijn kinderen. Het is dan ook de vraag waarom we de erfbelasting nog in stand houden.
Toch wordt in Den Haag en op de opiniepagina’s een ander verhaal verteld.
Linkse politici en opiniemakers spreken over de zogenoemde boomermiljarden: duizend miljard euro die de babybo
Waarom erfbelasting meer raakt dan de rijken
In dezelfde adem wordt gesuggereerd dat dit vermogen beter door de overheid geconfisqueerd zou kunnen worden voor een eerlijkere samenleving.
Het is een klassieke redenering: eerst eigendom moreel verdacht maken, om het daarna politiek beschikbaar te verklaren.
Door vermogen te presenteren als een abstracte geldberg, wordt verhuld dat het in werkelijkheid gaat om het bezit van miljoenen gezinnen.
Geen vrij besteedbare pot
Wie door dat frame heen kijkt, ziet iets anders. Die duizend miljard is geen anonieme pot geld, maar het gezamenlijke vermogen van ongeveer drie miljoen mensen.
omgeneratie de komende jaren nalaat
Omgerekend ruim drie ton per persoon, die bovendien over de erfgenamen moet worden verdeeld. Ja, dat is veel geld, maar daarvoor is jarenlang gewerkt en belasting betaald.
Laat hen genieten van hun oude dag en laat ze zelf bepalen wat ze met hun vermogen doen.
Bovendien bestaat dat vermogen grotendeels uit de eigen woning (61,6 procent) en uit ondernemingen (15,2 procent).
Het idee dat hier een vrij besteedbare pot geld ligt die eenvoudig kan worden herverdeeld, houdt geen stand.
Een belasting op het gewone Nederland
De erfbelasting wordt gepresenteerd als een heffing voor de allerrijksten. In werkelijkheid raakt zij vooral het brede midden van de samenleving.
Wie pleit voor hogere erfbelasting, pleit in de praktijk voor zwaardere belasting op het overdragen van het ouderlijk huis en het familiebedrijf.
Erfbelasting wordt vaak voorgesteld als een papieren heffing, maar in de praktijk leidt zij tot iets heel concreets: de verkoop van huizen en bedrijven om de fiscus te kunnen betalen.
Dat families hun huis of onderneming moeten verkopen om een belasting te voldoen over vermogen waar al een leven lang over is afgerekend, is simpelweg een schande.
Waarom draagvlak voor erfbelasting ontbreekt
Wie de linkse politici en opiniemakers volgt, krijgt de indruk dat deze belasting breed wordt gedragen. De werkelijkheid is anders.
Het debat wordt gedomineerd door een hard schreeuwende kleine minderheid, die met morele verhevenheid en woordspelletjes haar gelijk probeert te halen. Onder de bevolking zelf geldt de erfbelasting al jaren als een van de meest gehate belastingen.
Onderzoek laat zien dat circa 78 procent van de Nederlanders deze heffing de onrechtvaardigste belasting vindt.
Wat resteert is een belasting die wordt verdedigd vanuit wantrouwen tegen bezit en, soms, simpelweg uit jaloezie.
Voor het overdragen van familiebedrijven bestaat in Nederland de zogenoemde bedrijfsopvolgingsregeling, een korting op de erfbelasting. Juist die regeling staat onder druk, omdat progressief Nederland pleit voor versobering of afschaffing van deze korting.
Dat is moeilijk te begrijpen. Een familiebedrijf zou in de kern onbelast moeten kunnen overgaan naar de volgende generatie.
Tijdens het bestaan van het bedrijf wordt al belasting betaald, over winst, over lonen en via tal van andere heffingen. Het doorgeven van een onderneming is geen nieuw verdienmoment, maar het voortzetten van wat er al is opgebouwd.
Waarom familiebedrijven kwetsbaar zijn voor erfbelasting
Critici stellen dat veel bedrijven de belasting bij overdracht wel kunnen betalen. Maar dat zegt weinig. Als één groter familiebedrijf daardoor moet verkopen, zijn de gevolgen direct groot. Bovendien geldt een fundamenteler punt: het feit dat iets betaald kán worden, is nog geen rechtvaardiging om het ook te moeten betalen.
Waar een beursbedrijf niets merkt van een overlijden van een aandeelhouder, kan datzelfde moment bij een familiebedrijf leiden tot een directe belastingclaim.
Om die te voldoen, moet er vermogen aan de onderneming worden onttrokken, geld dat niet kan worden geïnvesteerd in groei, innovatie of werkgelegenheid. Zo verdwijnt in één overdracht wat decennialang is opgebouwd.
Belast, belast en nog eens belast
Daar komt een essentieel punt bij. Het gaat om vermogen waar al belasting over is betaald, bij het verdienen, bij het sparen en bij het uitgeven. En dan vervolgens nog eens bij het nalaten. Het is genoeg geweest.
Wie een leven lang belasting betaalt en vervolgens ziet dat hetzelfde vermogen bij overlijden opnieuw wordt aangeslagen, begrijpt waarom de term ‘diefstal’ in dit debat steeds vaker valt.
En dat alles voor een opbrengst van circa 3,5 miljard euro op een overheidsbegroting van ruim 486 miljard. Een marginale bijdrage, tegenover aanzienlijke economische schade en een complexe uitvoering die burgers en bedrijven op kosten jaagt.
Bureaucratisch en economisch schadelijk
Alleen al de hoeveelheid vragen en procedures rondom nalatenschappen laat zien hoe bureaucratisch deze belasting is.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat binnen de OESO inmiddels twaalf landen de erfbelasting hebben afgeschaft of nooit hebben ingevoerd.
De reden daarvoor is steeds dezelfde: de opbrengst is beperkt, de uitvoering complex en de belasting wordt als onrechtvaardig ervaren, terwijl zij investeringen en continuïteit onder druk zet.
De echte ‘onverdiende inkomsten’
Tegenstanders van afschaffing wijzen erop dat een erfenis ‘onverdiend inkomen’ zou zijn. De ontvanger heeft er immers niet zelf voor gewerkt. Maar wie dat argument serieus neemt, moet ook naar de staat kijken.
Want als er één partij is die structureel inkomen ontvangt en bij elke verantwoording zwaar tekortschiet, dan is het de overheid zelf. Waar ondernemers alleen bestaan bij de gratie van klanten, concurrentie en prestaties, beschikt de staat over gegarandeerde inkomsten.
Dat verschil zou in elk debat over eerlijkheid centraal moeten staan.
In dat licht is het wrang dat juist privébezit en familieverbanden ter discussie worden gesteld, terwijl de vanzelfsprekendheid van een uitdijende staat buiten schot blijft.
Binnen diezelfde groeiende overheid ligt bovendien zonder moeite de dekking om deze meest gehate belasting af te schaffen, als de politieke wil er zou zijn
Tijd voor een keuze
De discussie over de erfbelasting gaat uiteindelijk over de vraag wat we als samenleving willen beschermen.
Willen we een systeem dat op papier rechtvaardig lijkt, maar in de praktijk gezinnen en bedrijven belast op het moment dat zij het meest kwetsbaar zijn? Of kiezen we voor beleid dat economisch verstandig is en maatschappelijk gedragen wordt?
De opbrengst is gering, de schade reëel en het draagvlak ontbreekt. Wat resteert is een bureaucratisch gedrocht dat meer kapotmaakt dan het oplevert.
Niet de familie moet zich verantwoorden voor wat zij wil nalaten. De overheid moet uitleggen waarom zij denkt daar recht op te hebben. Nederland zou moeten doen wat economisch verstandig en maatschappelijk gewenst is: schaf de erfbelasting af.
Naar het artikel Meer van Rikke van Geest
Waar een beursbedrijf niets
Deze erfbelastingtruc werkte jarenlang – tot nu